Kabinet maakt hoofdlijnen overgangsrecht transitievergoeding bekend

De ministerraad heeft vrijdag 30 januari 2015 ingestemd met twee ontwerpbesluiten met betrekking tot de transitievergoeding die per 1 juli aanstaande wordt ingevoerd.

Het betreft overgangsrecht dat moet voorkomen dat werkgevers bij ontslag dubbel moeten gaan betalen en een nadere uitwerking van het besluit dat regelt welke kosten met de transitievergoeding mogen worden verrekend. De definitieve besluiten worden pas na advies van de Raad van State bekend. (Bron: het nieuwsbericht van de Rijksoverheid).

Overgangsrecht

In veel bedrijfstakken en ondernemingen zijn cao’s en sociale plannen van kracht die vergoedingen en voorzieningen bevatten waar werknemers recht op hebben bij ontslag. Per 1 juli 2015 krijgt de werknemer onder voorwaarden bij ontslag ook recht op een wettelijke vergoeding: de transitievergoeding. Te verwachten valt dat voortaan in cao’s en sociale plannen rekening wordt gehouden met de transitievergoeding. Voor het geval dat dit nog niet gebeurd is, komt er dus overgangsrecht. Dit was in de Wet werk en zekerheid (Wwz) al aangekondigd.
Het overgangsrecht gaat uit van twee soorten afspraken waar de werknemer rechten aan kan ontlenen: afspraken die gemaakt zijn met vakbonden, zoals cao’s en de meeste sociale plannen, en alle overige afspraken, bijvoorbeeld in de individuele arbeidsovereenkomst. Bij afspraken met vakbonden gaan deze voor op de transitievergoeding: de werknemer heeft daar dan geen recht op. Dit geldt ook nog als de cao stilzwijgend wordt verlengd of nawerking heeft. Bij de andere afspraken kan de werkgever de werknemer de keuze voorleggen tussen de afspraak en de transitievergoeding.

In beide gevallen moeten de afspraken waar de werknemer recht op heeft, gemaakt zijn vóór 1 juli 2015 en de werknemer moet er op uiterlijk 1 juli 2015 ook daadwerkelijk recht op hebben. Dit betekent dat het overgangsrecht niet geldt als er later afspraken worden gemaakt die met terugwerkende kracht worden ingevoerd, zoals vaak bij cao’s het geval is.

Het overgangsrecht voor afspraken met vakbonden geldt tot uiterlijk 1 juli 2016, maar het geldt ook nog wanneer de arbeidsovereenkomst eindigt na 30 juni 2016, en de procedure bij UWV of kantonrechter is gestart voor 1 juli 2016. Het overgangsrecht voor andere afspraken kent geen vaste einddatum, het geldt zolang als de werknemer er rechten aan kan ontlenen. In beide gevallen geldt wel dat het overgangsrecht eindigt als de afspraken waar de werknemer rechten aan kan ontlenen worden gewijzigd of expliciet worden verlengd.

 

Verrekening van transitie- en inzetbaarheidskosten

Dit besluit regelt onder welke voorwaarden door de werkgever gemaakte kosten voor de transitie of de inzetbaarheid van de werknemer, op de transitievergoeding in mindering mogen worden gebracht. Een eerste concept van dit besluit werd al op 3 juli 2014 aan de Tweede Kamer gezonden. AWVN berichtte daar toen al over. Nieuw is dat ook kosten in verband met duale opleidingen, zoals de beroepsbegeleidende leerweg (BBL), op de transitievergoeding in mindering mogen worden gebracht. Voorwaarde is wel dat de door de opleiding verworven kennis en vaardigheden niet (kunnen) worden aangewend om een functie bij de werkgever uit te oefenen. Blijft de werknemer dus na het voltooien van de opleiding bij de werkgever in dienst, dan zullen de opleidingskosten niet op de transitievergoeding in mindering kunnen worden gebracht.

 

AWVN adviseert

Werknemers krijgen per 1 juli 2015 een wettelijk recht op een transitievergoeding. In beginsel zou de transitievergoeding bij ontslag voldoende moeten zijn. Onder voorwaarden kan de werkgever hier de kosten, die zijn gemaakt voor de brede inzetbaarheid en/of de transitie van de werknemer, op in mindering brengen. Willen werkgevers daarnaast toch aanvullende voorzieningen of vergoedingen toekennen, al dan niet na overleg met vakbonden of OR, dan moeten zij daarbij rekening houden met de verschuldigde transitievergoeding. Doet de werkgever dit niet, dan moet hij dubbel betalen. Bij een eenmalig bedrag bij einde dienstverband is gemakkelijk te bepalen dat de verschuldigde transitievergoeding daarop in mindering kan worden gebracht.
Anders ligt dit bij een recht op periodieke uitkeringen, zoals een suppletie- of wachtgeldregeling. Omdat de uiteindelijke waarde van zo’n regeling nog niet bij het einde van het dienstverband is vast te stellen, en op dat moment de transitievergoeding betaald moet worden, is verrekening niet mogelijk. Het overgangsrecht kan hier soelaas bieden. Let er hier bij wel op dat dit alleen geldt voor regelingen waar de werknemer bij ontslag op 1 juli 2015 al daadwerkelijk aanspraak op kan maken. Voor een cao betekent dit dat de hele aanmeldingsprocedure bij het ministerie van SZW moet zijn afgerond. Bij aanmelding met terugwerkende kracht, zoals bij cao’s veelal het geval is, geldt het overgangsrecht niet.

Daarnaast is het overgangsrecht van betrekkelijk korte duur. Het vervalt als de regeling waar de werknemer aanspraak op kan maken wordt gewijzigd of verlengd en bij afspraken met vakbonden in ieder geval per 1 juli 2016. Komt bijvoorbeeld na 30 juni 2015 een cao tot stand waarin een wachtgeldregeling is opgenomen, dan zal de werkgever zowel het wachtgeld als de transitievergoeding verschuldigd zijn. Houd hier rekening mee met de tijdsplanning van onderhandelingen over cao’s en sociale plannen. (mr. Marco Veenstra, AWVN-adviseur juridische zaken)
 

Delen via social media